Site Recente Affaires » De declaraties van een burgemeester-zakenman uit Beek. (1998)


De declaraties van een burgemeester-zakenman uit Beek. (1998)

Burgemeester Bert van Goethem (CDA) van Beek ging in 1998 vervroegd met pensioen nadat was gebleken dat hij de gemeente benadeeld had met onjuiste declaraties. Van Goethem was tijdens zijn ambtsperiode geregeld in opspraak gekomen, onder meer met een beschuldiging van het aannemen van steekpenningen en vakanties op kosten van zakenrelaties.

Hij verzamelde zoveel (betaalde) nevenfuncties dat hij het burgemeesterschap erbij deed. Volgens een in 1995 ingestelde parlementaire onderzoekscommissie, die de teloorgang van woningcorporatie WBL onderzocht, handelde Van Goethem ook laakbaar als bestuurder van WBL. Hij inde de hoge vergoedingen bij WBL via een advies-bv en omzeilde de wet met een schijnconstructie om de inkomsten uit nevenfuncties te kunnen houden. Als een kat met negen levens had hij alle affaires overleefd, mede dankzij een weinig kritische gemeenteraad.
Tot 1998. Onderzoekers van Deloitte & Touche ontdekten in Beek een chaotische archivering, een zeer gebrekkige financiële controle, ongespecificeerde declaraties en spoorloos verdwenen bewijsdocumenten. ‘Feitelijk inhoudelijke toetsing was daardoor in de praktijk niet mogelijk’, schreef het accountantsbureau. De doelmatigheid van veel reizen bleek niet na te trekken, mede vanwege het feit dat de kantooragenda's van de burgemeester verdwenen waren. Die bleken tot en met het jaar 1997 te zijn vernietigd, net als de complete onkostenadministratie tot 1992. Die was door de papierversnipperaar gehaald.
Volgens de accountants hadden de wethouders al die jaren een oogje dichtgeknepen. Ze besloten onder meer dat Van Goethem de werkelijk gemaakte onkosten mocht declareren, in plaats van de vaste bedragen die daar in het Reisbesluit Binnenland voor staan.
De gemeenteraad had jaren het declaratiebeleid op zijn beloop gelaten, maar februari 1998 spraken alle fracties hun afkeuring uit over het declaratiegedrag van de burgemeester. Een meerderheid vroeg de in opspraak geraakte burgemeester, die per 1 mei met vervroegd pensioen zou gaan, onmiddellijk te vertrekken. Van Goethem was niet bereid meteen op te stappen. Hij zei wel dat hij zich tot zijn ontslagdatum zo min mogelijk op het gemeentehuis zal vertonen. {josquote}Van Goethem was zich van geen kwaad bewust.{/josquote} Volgens hem was sprake van ‘gemene suggestieve insinuaties’ en ‘laster, roddel en achterklap’. Voor minister Hans Dijkstal (Binnenlandse zaken) waren de feiten – na een tweede accountantsonderzoek – niet zwaar genoeg om Van Goethem geen eervol ontslag te verlenen. Uit het tweede onderzoek, ook door accountantsbureau Deloitte en Touche, bleek opnieuw dat Van Goethem in strijd met de regels parkeerkosten had gedeclareerd. Dat was voor de minister echter onvoldoende reden om verdere stappen te ondernemen tegen de burgemeester. De problemen waren volgens het rapport vooral te wijten aan een gebrekkige administratie op het gemeentehuis en aan onduidelijkheid rond de landelijke regelgeving over het declareren, het Reisbesluit Binnenland. Ook bleken enkele beschuldigingen uit het eerste onderzoek niet juist. De burgemeester reageerde verheugd op het besluit van Dijkstal: ‘Ik heb het gelijk gekregen op een niveau dat mij toekomt’.

Na alle publicaties over hem, moest Van Goethem in zijn gevecht met dagblad De Limburger, uiteindelijk juridisch het onderspit delven. Hij had in januari 1998 nog een kort geding gewonnen tegen de krant die zijn misdragingen wilde onthullen. De president van de rechtbank in Maastricht (mr. Adelmeijer) had bepaald dat De Limburger het artikel over het declaratiegedrag niet mocht publiceren zonder dat de burgemeester dat artikel had gelezen. Bovendien moest de krant naast het artikel een reactie plaatsen van Van Goethem. In 1998 vernietigde het hof in Den Bosch dit vonnis als strijdig met de grondwet.

 

Voor een videoverslag klik hier

 

 

Deze website is mede mogelijk gemaakt door Content People