» Site » Recente Affaires » Bodem saneren in Limburg: smeren en fêteren. (1999)


Bodem saneren in Limburg: smeren en fêteren. (1999)

Het waren geruchten die financial controller J.M. Rompelberg van de provincie Limburg in januari 1999 aanzetten tot een onderzoek. Bij bodemsaneringsoperaties in opdracht van de provincie zou sprake zijn geweest van onregelmatigheden. Rompelberg onderzocht eerst een kleine bodemsanering in Sittard. De kosten van de operatie waren geraamd op anderhalf miljoen euro. Het werd bijna drie miljoen euro. Uit het dossier dat Rompelberg bestudeerde bleek dat ingenieursbureau Iwaco uit Den Bosch, onderdeel van de Koninklijke Haskoninggroep, opdracht had gekregen om de eisen op te stellen voor de ‘directievoering', dat is de leiding over de sanering. Daarna mocht Iwaco, als een van vier kandidaten, ook een offerte uitbrengen voor de zelf opgestelde directieopdracht. Het bedrijf kreeg de opdracht, als goedkoopste, op basis van maximaal 180 werkuren. Bij de eindafrekening moest echter negenhonderd uur worden afgerekend, vanwege een grote hoeveelheid ‘meerwerk'.

Verantwoordelijk voor de gang van zaken was het bureau bodemsanering van de provincie, meer in het bijzonder twee projectleiders en het bureauhoofd. Controller Rompelberg constateerde dat Iwaco in feite zijn eigen bestek had mogen schrijven en dat de aanbesteding niet deugde. Bovendien mocht Iwaco met instemming van de ambtenaren meerwerk verrichten, waarvoor pas achteraf toestemming was gevraagd aan het bestuur.

Rompelberg wilde weten of dit een incident was. Hij besloot nog een project te onderzoeken: de schoonmaak van een mijnterrein in Kerkrade. Het was een van de eerste grote mijnsaneringen in Limburg. Geschatte kosten: 15,4 miljoen euro. In dat dossier speelden dezelfde drie ambtenaren een rol. Iwaco deed in opdracht van de provincie de planvoorbereiding. Weer was er iedere keer meerwerk en waren er regels overtreden. Rompelberg ontdekte ook ‘verschrijvingen’, bedragen die weggeschreven waren op kostenposten die daar niet voor bedoeld waren.

Gedeputeerde Staten schakelden, op advies van de controller, Deloitte & Touche Forensic Services in om aanbestedingen, besluitvorming en rechtmatigheid en doelmatigheid van betalingen te onderzoeken. Deloitte keek ook naar de omvang van de onregelmatigheden.

De twee saneringen maakten deel uit van enkele tientallen opdrachten die Iwaco in een reeks van jaren van de provincie had gekregen. Zoals het begeleiden van bodemsaneringen, het opstellen van milieueffectrapportages (MER’s) en het verstrekken van adviezen.

Het nieuws over de onregelmatigheden werd door GS buiten de publiciteit gehouden. GS informeerden wel de commissie voor onderzoek van Provinciale Staten. Het was eind 2000 de fractie van de Socialistische Partij die het nieuws over het bestaan van een onderzoek naar buiten bracht, overigens zonder de inhoud te kennen. De SP zei verbaasd te zijn over het feit dat het aanbestedingsbeleid kennelijk nog steeds haperde. De fractie verwees naar de voorbije corruptieaffaires, ook rond aanbestedingen. Na de affaires waren de aanbestedingsregels bij de provincie aangescherpt.

De commissie van onderzoek las het verslag van de controller en vreesde voor een nieuwe corruptieaffaire. Was er sprake van belangenverstrengeling tussen ambtenaren en medewerkers van Iwaco?

Controller Rompelberg had opgeschreven dat er tussen ambtenaren en medewerkers een ‘zeer innige band’ was en dat één van de betrokken ambtenaren inmiddels in dienst was getreden bij Iwaco in Den Bosch. Rompelberg ondervond ook van beide kanten weinig medewerking bij zijn onderzoek.

Het in februari 2001 gepresenteerde onderzoek van Deloitte & Touche bevestigde de bevindingen van Rompelberg: ambtenaren hadden mogelijk samengespannen met externe bedrijven, waaronder Iwaco. Dat bureau was ‘stelselmatig’ bevoordeeld. De accountant stelde ook vast dat ambtenaren van het bureau bodemsanering gefêteerd waren. Na kantoortijd mochten ze op kosten van aannemers in horecagelegenheden feesten en er waren kerstpakketten en etentjes. Een senior beleidsmedewerker gaf toe dat hij van een aannemer gratis klinkers had gekregen en voor een bedrag van 22 euro een computerprinter had gekocht. Dezelfde beleidsmedewerker bekende ook dat hij voor een ‘vriendenprijs’ twee à drie kuub grind had gekregen van een aannemer. En in ruil voor zijn hulp bij het opstellen van een rapport voor Iwaco ontving een ambtenaar naar eigen zeggen ‘enkele flessen wijn’.

Deloitte & Touche had een smeer- en fêteercircuit blootgelegd, maar constateerde dat er ‘geen sluitende bewijzen’ waren gevonden voor ‘onregelmatigheden op grote schaal en georganiseerde wijze’. De bevindingen riepen wel ‘een beeld op waarin mogelijk sprake zou kunnen zijn van samenspanning.’ Dat op de afdeling belangrijke documenten rond de aanbestedingen spoorloos waren, was verdacht. Was belastend bewijs vernietigd?

Omdat de accountant te weinig mogelijkheden had om de eventuele samenspanning dieper te onderzoeken deden Gedeputeerde Staten aangifte bij justitie. Commissaris van de koningin B. baron van Voorst tot Voorst wees erop dat de accountants geen causaal verband hadden kunnen vinden tussen de presentjes voor de ambtenaren en de bevoordeling van de bedrijven. Van Voorst: ‘Maar dat betekent ook weer niet dat het niet zo is.’

Gedeputeerde Staten kregen na presentatie van het onderzoeksrapport van vrijwel alle fracties kritiek. De kritiek gold vooral het feit dat er jarenlang te weinig bestuurlijk toezicht was op de ambtelijke besteding van de miljoenenbudgetten voor bodemsaneringen. Maar politieke of ambtelijke gevolgen waren er niet. De brede coalitie van CDA, PvdA en VVD voorkwam een afrekening. Ook in de meeste andere provincie wordt al jaren de dienst uitgemaakt door de drie landelijke partijen. Dat bevorderde niet de kritische zin van en de controle door de Staten. In augustus 2001 maakte justitie bekend af te zien van strafrechtelijke vervolging van de drie provincieambtenaren, wegens onvoldoende bewijs.


Deze website is mede mogelijk gemaakt door Content People